Wat een race kan betekenen: Long Beach

Vorig jaar augustus heb ik een paar dagen doorgebracht in Los Angeles en omgeving. Als tijdelijk verblijf had ik het oog op Long Beach laten vallen, niet alleen vanwege de gunstige hoteltarieven maar ook omdat hier elk jaar de Long Beach Grand Prix plaatsvindt. Negenmaal bezocht de Formule 1 het westen van Amerika om de straten van Long Beach onveilig te maken. Je wist dat het lente was als op Ocean Boulevard het startsein werd gegeven. Na die 9 maal werd het stokje doorgegeven aan Indycar en ging men op de Shoreline Drive van start.
Eenmaal aangekomen in Long Beach valt de omgeving mij een beetje tegen; bij de kruising van Long Beach Boulevard en de Pacific Coast Highway doet het Best Western Hotel nog een poging om iets van de grandeur uit het verleden hoog te houden maar de aanwezigheid van een McDonalds, een tankstation en een tramhalte helpen niet echt om de illusie in stand te houden. Ik zie zwervers achter hun winkelwagentjes aansjokken. Winkels met tralies voor hun etalages en een paar panden die dichtgetimmerd zijn. Waar is de stad die in de Lonely Planet als een van de hotspots van LA werd omschreven?

verpaupering?

Na navraag te hebben gedaan bleek dat vroeger, we spreken dan over het begin van de jaren 1970, de situatie nog veel minder rooskleurig was maar dat na een verbeteringsslag in downtown de hele stad erop vooruit is gegaan. Het is nog zeker niet perfect maar in elk geval veel beter dan toen.

Long Beach groeide in het begin van de 20e eeuw uit tot een drukbezochte badplaats. Ook de aanwezigheid van de haven zorgde voor een constante economische factor. En met de vondst van een groot olieveld werd Long Beach een van de grootste olieproducenten van Amerika. De oliedollars klotste tegen de plinten op. In de jaren zestig kwam de kentering. Badplaatsen waren tot die tijd plaatsen van kaviaar, champagne en hoogpolig tapijt. De goede burgerij trok naar de kust om samen met het gezin vakantie te vieren. Na de oorlog kon ook de arbeider op vakantie, champagne en kaviaar werd fish and chips. In Europa waren het de Spaanse costa’s die het begrip badplaats definitief veranderden. In Amerika is het Disney die al heel snel in de gaten heeft hoe je het geld uit de beurs van de arbeider klopt. In 1955 opent hij zijn eerste pretpark in Anaheim Californië, op nog geen half uur rijden van Long Beach. De stad verpaupert, het hoogpolig tapijt stinkt naar bier. En dan komen ineens de boortorens tot stilstand, de olie is op. De jaren zestig brengen drugs, criminaliteit en bendeoorlogen.

De haven was niet in staat om de stad overeind te houden en zoals zoveel badplaatsen werd Long Beach een badplaats met een roemrijk verleden en een onzekere toekomst.

Downtown Long Beach anno 1973

Het stadsbestuur besefte al snel dat men een imagoprobleem had. Investeerders bleven net als de toeristen weg. Bovendien had men te maken met een vergrijzende bevolking. De eerste prioriteit lag bij het opkalefateren van downtown, grenzend aan de Grote Oceaan. Downtown, het centrum van Long Beach, zou een gezellig oord moeten worden waar men kwam om gezien te worden. Nu stond het bekend om pornoshops, zakkenrollers en drugsdealers.

Achter de Ocean Boulevard staat een kuuroord dat de glorie van Long Beach nog heeft meegemaakt, het is nu vervallen en verlaten. Het stadsbestuur wil het gebied rond dat kuuroord weer gaan opknappen. Men wil land uit zee winnen, er moet een weg langs deze nieuwe kustlijn komen, de Shoreline drive en een groot congresgebouw, het Convention Center, te bouwen op de plek van het kuuroord. Dit zou weer restaurants, hotels en winkels aantrekken. Het oude kuuroord werd met de grond gelijk gemaakt en er werd plaats gemaakt voor alle wilde plannen.  

het oude kuuroord, op de achtergrond de vele boortorens

Maar voorlopig bleef het bij plannen, er was niemand die aan boord stapte.

Men hoopte dat een publiekstrekker de investeerders wel over de streep zouden trekken.

De stad dacht een troef in handen te krijgen door voor $3.5 miljoen dollar de legendarische oceaanstomer Queen Mary aan te kopen. Gebouwd in de jaren dertig, ze was sneller groter en krachtiger dan de Titanic en mocht de groten der aarde op haar trans-Atlantische vaart verwelkomen. En in de tweede wereldoorlog wist het meer dan 800.000 Amerikaanse soldaten naar Europa te verschepen. De Queen Mary krijgt nu in 1967 zijn laatste bestemming in de haven van Long Beach en zou haar verdere bestaan als publiekstrekker en hotel vervullen.

Echter ook de Queen Mary kon de ontwikkelingen niet een duw in de rug geven. Het stadsbestuur had nog steeds een initiatief nodig dat de ambitieuze plannen tot leven zou wekken. En hier komt Chris Pook in beeld, een ondernemende Engelsman die nog niet zo lang geleden in de stad neerstreek.

De Queen Mary is net voor het laatst binnengelopen

Chris Pook was in 1963 geëmigreerd naar de Verenigde Staten om te gaan werken op een bank in New York. Echter aangekomen in New York besloot hij dat het bankwezen niets voor hem was en ging hij in op een aanbod om huizen te gaan bouwen in Californië. Pook stapte op het vliegtuig naar Los Angeles en vestigde zich in Long Beach.
Na 2 jaar huisjes bouwen zag hij een gat in de markt in het aanbieden van tours voor buitenlandse toeristen door LA in hun eigen taal. Chris sprak vloeiend Frans en Spaans en had wel een aantal vrienden die Japans voor hun rekening konden nemen. Japanners, Mexicanen, Zuid-Amerikanen en Canadezen betaalden grif voor deze diensten.
Pooks bedrijf groeide als kool en hij begon met interesse de inspanningen die het stadsbestuur deed om Long Beach in de vaart der volkeren op te stuwen te volgen. En hij begon ook zijn eigen ideeën daarover te vormen.
De legende gaat dat Chris Pook in 1973 de Grand Prix van Monaco zag en bedacht dat wat daar kon ook in Long Beach mogelijk was. “De GP in Monaco wordt door de hele wereld gezien, als wij hetzelfde doen in Long Beach kunnen we de hele wereld laten zien waartoe Long Beach in staat is. Daarbij, je moet eens wat wagen om van je imago af te komen. Laten zien dat je wat probeert.

En daarmee was het zaadje geplant. Chris bekeek de plannen voor de vers van zee gewonnen gronden, zag de contouren van de Shoreline Drive en ontwierp een circuit dat rond het nieuw te bouwen Convention Center liep en een heen-en-weer maakte over de brug naar de Queen Mary. Het schip moest prominent in beeld komen als de race op TV kwam.

De volgende zet was het overtuigen van het stadsbestuur om een Formule 1 race te houden in de straten van Long Beach. Maar stratenraces in steden waren helemaal niet gebruikelijk meer in de racerij van de jaren ‘70. Je had de races in de straten van Monaco en Pau en een race door de straten van het Canadese Trois Rivieres maar verder was de racerij zelden nog te vinden op tijdelijke circuits. De burgermeester vroeg dan ook terecht aan Chris of hij wel enige ervaring had in de organisatie van een dergelijk evenement. Chris moest “nee” antwoorden maar had een briljante zet achter de hand. “Ik vraag Dan Gurney wel als consultant.” Gurney was dan wel gestopt met racen maar was nog steeds razend populair. Daarbij had hij nog een Indycarteam dat gevestigd was in het nabije Santa Ana. Gurney was een icoon en met hem aan boord zouden de plannen een enorme boost krijgen.
Pook belde naar Gurney, kreeg zijn secretaresse aan de lijn, legde de situatie uit en zat een minuut later met hem te praten. Gurney werd nieuwsgierig en besloot persoonlijk langs te komen. Gurney bekeek het ontwerp en ging elke meter van het voorgestelde circuit verkennen. Hij schrapte de helft (“te lang”) en kwam terug met een circuit waar de eerste 7 uitgaves van de Long Beach Grand Prix op zouden worden gereden.

Het originele Long Beach circuit

Het Stadhuis was overtuigd maar ook toen had je al diverse milieu-organisaties. Zo had je de instantie ter bescherming van de kustgebieden, de Coastal Commission, en die vond dat er eerst bewezen moest worden dat het evenement geen schadelijke gevolgen had voor het watermilieu. Dan   konden er nog diverse bewoners bezwaar aantekenen tegen de Long Beach Grand Prix, zoals het evenement inmiddels gedoopt was. Het organiserend comité, de Grand Prix Association of Long Beach (GPALB), was inmiddels ook opgericht. Die organisatie bestaat nog altijd.

De voorzitter van de Coastal Commission was een goede vriend van Gurney en wist dat wat hij zei ook klopte, Gurney had een uitstekende reputatie die hij niet voor een of andere charlatan op het spel zou zetten. De Coastal Commission ging akkoord. Wat de bezwaren van de bewoners betrof, bij nadere inspectie bleek dat de tegenstanders stemmen hadden ingekocht van mensen die helemaal niet in Long Beach woonden…

Het was nu zaak om de Amerikaanse autosport autoriteiten (ACCUS) te overtuigen van de noodzaak van een stratenrace in Long Beach. De ACCUS organisatie zelf had geen bezwaar maar Bill France de baas van NASCAR gebruikte al zijn stemmen en die van het aan NASCAR verbonden IMSA om de Long Beach Grand Prix dood te verklaren voordat er überhaupt één verreden was. Omdat Wally Parks de vertegenwoordiger van de NHRA, dat zijn de snelle jongens van de dragstrips en goed voor twee stemmen, niet stemde kreeg France het voor elkaar: 7 stemmen tegen 5. Maar Gurney en Pook gaven zich niet gewonnen, vroegen opnieuw een stemming aan en overtuigden Parks om voor te stemmen. “We’re going to piss off Big Bill” aldus Gurney en zo geschiedde: 7-7 en de stem van ACCUS gaf de doorslag bij een gelijkspel: Long Beach kon door!