Rookies, grote namen, kleine namen

In Nederland werd er zondagavond in racekringen vooral gesproken over Rinus van Kalmthout, aka Veekay, en dat geheel in positieve zin.

Want de Nederlander had een grote prestatie geleverd door op zaterdag de zesde tijd neer te zetten en op zaterdag onder zware druk tijdens de Fast Nine sessie, een soort Q3 van Indycar, de 4e startplaats in de wacht te slepen.

Er zijn niet veel rookies geweest die zo hoog op de grid stonden. Tony Stewart (1996) en Teo Fabi (1983) hadden ooit pole als rookie. Danica Patrick mocht in 2005 ook als 4e van start, Alonso in 2017 als 5e. Montoya had in 2000 de 2e startpositie maar die had toen al een jaar ervaring in de CART series.

De prestatie van Veekay is het meest vergelijkbaar met die van Carlos Munoz in 2013. Die reed toen eigenlijk nog in de Indy Lights maar mocht op Indy een 5e wagen rijden voor Andretti. Hij kwalificeerde als 2e.

Als de race van Munoz in 2013 exemplarisch is voor Veekay dan staat ons zondag nog een opwindende avond te wachten. De Colombiaan was voortdurend van voren te vinden tot dat hij na ronde 150 even weg was. Niet voor lang want hij wist precies wanneer hij terug moest zijn en vanaf de 180e ronde zat hij permanent in de top 5. Uiteindelijk werd hij in de 198e ronde verslagen door Tony Kanaan die na een herstart de leiding nam en bij het uitkomen van Turn 2 gele lampen zag. Dario Franchitti was gecrashed en daarmee was de race over.

Munoz (links) wordt als rookie nipt verslagen door Kanaan (11) in 2013

Munoz zei in het 1e interview na de race dat hij eigenlijk blij zou moeten zijn maar nochtans teleurgesteld. Hij had graag met Kanaan tot de 200e ronde gevochten om de winst. Zeer begrijpelijk.

Laten we hopen dat Veekay zondagavond hetzelfde kan presteren als Munoz destijds, en hopelijk nog een treetje hoger.

Veekay trok dan misschien veel aandacht, Marco Andretti trok zonodig nog meer aandacht. De Amerikaan behaalde de pole en volgde daarmee na 33 jaar opa Mario op als polesitter. Pa Michael was ook altijd snel op Indy maar behaalde nooit de pole, ook niet de winst trouwens.

De prestatie van Andretti was des te meer opmerkelijk daar hij sinds vrijdag al de snelste was in elke sessie. Op zaterdag zette hij de snelste tijd neer in de warmste omstandigheden, nochtans een nadeel, terwijl anderen met lagere temperaturen konden kwalificeren. Doorgaans is Marco wel eens snel in een sessie maar is het de volgende sessie of race weer pet. De man is zo wisselvallig als wat. Het levert ‘m al jaren de reputatie op van een coureur die zijn achternaam dankbaar moet zijn.

Marco Andretti pakt pole. Kan hij ook de winst op Raceday pakken?

De wagens van Team Andretti (Hunter Reay, Hinchcliffe, Rossi) waren zeer snel op zaterdag maar tijdens de Fast Nine sloegen ze allemaal, behalve Marco, de plank mis. Dixon, Sato en Veekay konden daarvan profiteren.

Wie daar net niet van kon profiteren was Alex Palou die in de schaduw van Veekay de tweede rookie werd voor het kleine team van Dale Coyne en daarmee een enorme prestatie leverde. Palou stond ook in de schaduw van Fernando Alonso want de Spaanse media hingen vooral rond bij de tweevoudige wereldkampioen. Die gaat echter pas als 26e van start. Op donderdag crashte Alonso hard en herstelde daarvan niet echt.

Andere verrassingen? Geen Team Penske in de Fast Nine. Geen van de 4 Penske coureurs kon de benodigde snelheid behalen. Josef Newgarden kwam nog het dichtstbij met een 13e positie maar voor Power (22e), Pagenaud (25e) en Castroneves (28e) wordt het hard werken. Voor Castroneves wordt het z’n laatste 500 voor Penske.

Niet dat het voor de Penskes onmogelijk wordt om te winnen. In het verleden zijn er wel vaker winnaars van ver op de grid naar voren gekomen. Meest recente voorbeelden daarvan zijn Rossi in 2016 (12e), Hunter Reay in 2016 (19e) en Montoya in 2015 (15e).

Power deed zijn best maar deelde in de Penske malaise

Marcus Ericsson lijkt wel gemaakt te zijn voor ovals. Hij zal als 11e starten en reed verleden jaar ook lang vooraan mee. Landgenoot Felix Rosenqvist, 14e, verbleekt daarentegen een beetje. De Zweed werd vorig jaar binnengehaald als een nieuwe Zanardi en hij heeft zeker zijn goede momenten gehad, met de 2e plaats op Mid Ohio en de winst op Road America. Maar een Zanardi is het nog niet.

Een prognose voor de race durf ik niet te geven. Het zal niet de 1e keer zijn dat de beste kwalificeerders op raceday wegzakken of dat de winnaar uit het achterveld komt. Verleden jaar was Pagenaud heer-en-meester, zowel tijdens de kwalificatie als tijdens de race.

De 1e helft van de race zal veel zeggen over de kansen. Er zal afwachtend worden gereden maar vaak wordt wel duidelijk zijn wie wel in de race zit en wie niet. Diegenen die de snelheid niet hebben zullen nooit in de buurt van de kop komen en kunnen enkel hopen op een gele vlag om geen ronde achterstand op te lopen. Wie continue in de top 10 te vinden is zal waarschijnlijk wel een kans hebben. Niet dat dat een garantie is. In 2013 was Ed Carpenter 150 ronden in de top 10 te vinden. Maar in de laatste 50 ronden gleed hij af.

Laten we hopen dat het Andretti niet vergaat zoals verleden jaar toe hij redelijk had gekwalificeerd maar in de race zonder noemenswaardig probleem afgleed naar de staart van het veld en aan het eind als 26e finishte op 5 ronden achterstand. De snelheid was er gewoonweg niet om na 50 jaar opa op te volgen als Indy winnaar.  Misschien wel na 51 jaar?

Krijgt Andretti na 51 jaar zijn opvolger?