Het verhaal achter de Arrows FA1
  • Berichtcategorie:SideTalk
  • Bericht auteur:

Het verhaal achter de Arrows FA1

Dingen ‘afkijken’ bij de concurrent, nabouwen en vervolgens op je eigen auto zetten gebeurt al zo lang als de Formule 1 bestaat. Wie kan zich de beelden nog herinneren uit 2018 na de kwalificatie in Singapore? Daar stond Vettel een beetje zuur lachend naar de nieuwe barge boards op de Red Bull te wijzen. Die waren vrijwel exact gekopieërd van Ferrari. Zo’n barge board of een vleugeltje kopiëren is niet verboden. Het wordt een ander verhaal als een team dingen exact gaat kopiëren die niet vanaf de buitenkant zijn af te kijken, zoals een verbrandingskamer van een motor, of het inwendige van een demper. Want dan rijst de vraag hoe men aan deze informatie kwam. Toen in 2007 de spygate affaire aan het licht kwam heeft de FIA onmiddellijk de wagen van McLaren binnenstebuiten gekeerd om te kijken of er geen zaken op de wagen zaten die men van de werktekeningen van Ferrari had overgenomen. Zelfs de McLaren van het jaar erna werd hier grondig op geïnspecteerd.

Dit jaar hebben we dus de ‘roze Mercedes’. Helemaal nieuw is het niet. Er hebben al vaker ‘klonen’ rondgereden in de formule 1. Zo was er in 1995 sprake van ‘de blauwe Benetton’, daar zal ik u binnenkort wat meer over vertellen.
Vandaag wil ik vertellen over een ander bekend geval van plagiaat: de Arrows FA1.

Het Shadow team in gelukkiger tijden (1973). Vlnr Peter Revson, Don Nichols, Jackie Oliver, Tony Southgate en Alan Rees.

Hoe het begon
Tegen het eind van 1977 kregen Alan Rees, Jackie Oliver, Dave Wass en Tony Southgate flinke onenigheid met hun Shadow teambaas Don Nichols. Ze verweten Nichols crimineel gedrag omdat hij geld van sponsoren voor privé doeleinden zou hebben gebruikt. De vier verlieten Shadow en begonnen in november ’77 hun eigen team: Arrows. De Italiaan Franco Ambrosio, pastaproducent en sponsor van Shadow, liep ook over naar het Arrows kamp. Pikant detail: In die periode zat Ambrosio zelf enige tijd in de bak wegens financiële malversaties.

Vliegende start
Tony Southgate had in 1977 voor Shadow de wagen voor 1978, de DN9, ontworpen. Nu moest hij in heel korte tijd de eerste Arrows formule 1 wagen ontwerpen. De verbazing was dan ook groot toen het team halverwege januari de nieuwe wagen presenteerde, in de sneeuw op Silverstone. Men had de auto in slechts 53 dagen gebouwd.
Aan de andere kant van de oceaan moet bij Don Nichols de stoom uit zijn oren zijn gekomen. De Arrows leek als 2 druppels water op zijn DN9 die notabene nog niet eens was afgebouwd.
De eerste race, op 15 januari in Argentinië, kwam te vroeg voor Arrows. Bij de tweede race op 29 januari in Brazilië, stond men met 1 wagen -bestuurd door Patrese- aan de start. Er was slechts 1 sponsor zichtbaar op de wagen; Varig, de Braziliaanse luchtvaartmaatschappij die het team naar Brazilië had gevlogen. Shadow stond bij deze race nog met de wagens van vorig seizoen aan de start omdat de nieuwe DN9 nog niet klaar was. De kopie maakte dus eerder haar debuut dan het origineel.

De eerste race van de Arrows FA1 in Brazilië. De Shadow DN9 (het origineel) was toen nog niet klaar.

Bijna winst in tweede race
Nadat Patrese in Brazilië, mede door een mislukte pitstop, als tiende was gefinisht werd de sensatie pas echt compleet toen hij begin maart met de Arrows op een overwinning leek af te stevenen in de GP van Zuid-Afrika, ware het niet dat zijn motor 14 ronden voor het einde de geest gaf. Arrows reed in Zuid-Afrika ook voor het eerst met twee wagens die voorzien waren van een nieuwe livery: het goudgeel van biergigant Warsteiner. De tweede wagen werd bestuurd door de Duitser Rolf Stommelen, hij was de vervanger van de Zweed Gunnar Nilsson bij wie -vlak nadat hij bij Arrows had getekend- kanker was gediagnosticeerd.
Nog voordat een maand later de volgende F1 race in Long Beach zou worden gehouden, werd op Silverstone de BRDC Trophy verreden, een race die niet meetelde voor het WK. Hier werd de nieuwe Shadow gepresenteerd, de DN9. Het enige verschil met de Arrows was de livery en het werd iedereen nu wel duidelijk waarom Shadow inmiddels al een gerechtelijke procedure in gang had gezet bij het Engelse hooggerechtshof.

Links de Arrows in Zuid-Afrika, voor het eerst met sponsor Warsteiner. Rechts zwitser Clay Regazzoni in de Shadow op Monaco.

Juridisch geharrewar
Shadow had eerder al bij de FISA (zo heette de FIA destijds) de zaak aanhangig proberen te maken, maar die liet weten dat in hun ogen de wagen voldeed aan de reglementen. De wagen was immers door Arrows’ eigen ontwerper Tony Southgate ontworpen. Southgate vond dat het ontwerp zijn creatie was. Hij vond de gelijkenis met de DN9 heel verklaarbaar, aangezien hij beide wagens had ontworpen. Southgate vond het ook heel logisch dat zijn ontwerpfilosofie in die paar maanden niet of nauwelijks veranderd was. Shadow baas Nichols was echter van mening dat de Arrows een 1 op 1 kopie was van het ontwerp van de DN9, waarvan Shadow de rechten bezat.
Zolang de zaak nog bij de rechters lag kon Arrows volgens de FISA dus gewoon met de wagen aan races deelnemen.

Links de Arrows FA1 (kopie) met Patrese en rechts de Shadow DN9 (origineel) met Stuck.

Battle of the clones
In Long Beach kwam Shadow met 3 wagens (de nieuwe DN9) naar de race. Ongais wist zich niet te kwalificeren, Stuck viel uit door een crash en Regazzoni kwam als tiende over de finish. Patrese en Stommelen finishten op respectievelijk de zesde en negende plaats.
In Monaco pakte Patrese opnieuw een zesde plek terwijl van de twee Shadow wagens alleen Stuck zich wist te kwalificeren, hij viel na 25 ronden uit.
In België vielen zowel de beide Shadows als de beide Arrows uit. In Spanje wisten geen van beide teams een rol van betekenis te spelen maar bij de volgende GP in Zweden wisten zowel Arrows (tweede met Patrese) als Shadow (vijfde met Regazzoni) punten te scoren.
In Frankrijk bleven beide teams weer puntloos. Op Brands Hatch pakte Stuck voor Shadow een vijfde plaats in een race die maar liefst 15 uitvallers kende. Onder de uitvallers ook Patrese, die liggend op de tweede plek een lekke band kreeg.
Op Hockenheim werd Patrese negende, en viel de enige Shadow die zich had weten te kwalificeren (de wagen van van Stuck) uit door een botsing met de ATS van Jochen Mass. Stommelen (Shadow) werd gediskwalificeerd omdat hij de pits op een verkeerde manier was ingereden. Het zal geen fijne dag voor de Duitse toeschouwers zijn geweest.

Van boven gezien, links de Arrows FA1 (de kopie) en rechts de Shadow DN9 (het origineel).

Het vonnis
Duitsland zou uiteindelijk de laatste race worden voor de Arrows FA1.
In augustus kwam de uitspraak; Arrows was volgens het hof op onrechtmatige wijze aan de bouwtekeningen van de Shadow DN9 gekomen en had inbreuk gepleegd op de eigendomsrechten die Shadow op het ontwerp had. Deskundigen hadden beide wagens onderzocht en hoewel Southgate wel enkele wijzigingen (verbeteringen) aan het Arrows ontwerp had aangebracht kwam men tot de conclusie dat de Arrows voor 70% een kopie van de Shadow was. Arrows moest het gebruik van de wagens staken en men werd door de rechter verplicht om alle onderdelen, waarvan was vastgesteld dat het ’Shadow onderdelen’ waren, aan het team van Nichols over te dragen.
Arrows had de bui al zien hangen en had de afgelopen maanden een nieuwe wagen gebouwd die dan ook direct bij de eerstvolgende race in Oostenrijk werd ingezet.
Alleen Patrese wist zich te kwalificeren met de nieuwe Arrows A1, maar hij viel uit door een crash in de zesde ronde. Pas vier races later, bij de laatste race van het seizoen in Canada, was de Arrows weer een beetje op snelheid en wist Patrese een fraaie vierde plek te scoren.

Don Nichols, kleedde zich vaak zoals op zijn logo. En als dat logo op een jasje moest nam de teambaas gewoon even zelf naald en draad ter hand.

Hoe het verder ging, Shadow
Het Shadow team raakte steeds verder in verval. Jan Lammers kwam in 1979 voor het team uit. De DN9 werd een beetje opgekalefaterd en heette nu de DN9B. Lammers z’n wagen nemen we hier misschien binnenkort nog eens onder de loupe, het is tenslotte de hoofdprijs van de quiz van dit jaar.
In 1980 reed Shadow nog 7 races. Eerst met de DN11 die verdomd veel weg had van een heropgekalefaterde DN9B en die niet vooruit te branden was. Slechts 1 maal wist Geoff Lees de wagen te kwalificeren. Er werd zowaar nog een nieuwe wagen gebouwd, de DN12, die optisch wél een hele andere wagen leek dan zijn voorgangers. De wagen kwam bij z’n debuutrace niet door de kwalificaties. Nichols verkocht halverwege 1980 z’n Shadow team aan Teddy Yip die het team uiteindelijk liet versmelten met zijn eigen Theodore racing team. Shadow behaalde in totaal 1 overwinning, met Alan Jones in 1977 op de Österreichring.

Hoe het verder ging, Arrows
Arrows ontpopte zich in de jaren die volgden als een aardige middenmoter. De renstal wisselde nog een paar jaar van naam (Footwork) en werd in 1996 overgenomen door Tom Walkinshaw.
Arrows ging in 2002 failliet. De boedel werd opgekocht door Paul Stoddart die op zijn beurt de beide A23 chassis eind 2005 weer verkocht aan Super Aguri, die er hun eerste 11 races van 2006 (!) mee reden.

Eind september komt er een omvangrijk boek uit over het Shadow team, wat naast F1 ook nog Can Am races reed.