De Balans opmaken

Het Indycarseizoen is voorbij en dan is het tijd om de balans op te maken. Dixon kampioen, Newgarden tweede. Het Andretti team had een collectief off-year, Sato won opnieuw de 500, McLaren deed dit jaar wel een serieuze poging en na 35 jaar hebben we weer een Nederlandse Rookie of the year. Als Veekay zich aan de planning houdt haalt hij in 2025 de eerste winst in de 500.

Wat betreft dat laatste: die planning kan ook meteen de vuilnisbak in want Arie haalde pas na 2 jaar (Phoenix 1987) zijn eerste podium, terwijl Rinus er al op heet gestaan. En als we het over poles moeten hebben, daar ligt Rinus belachelijk voor op schema want ook die heeft hij al binnen. Arie behaalde die pas in zijn 9e seizoen (Indy 1993).

Rinus krijgt dan wel de nodige hulp van de 2-voudig 500 winnaar uit Scottsdale, Arizona, maar verder gaat hij zijn eigen weg. Hij is dit jaar begonnen met een paar pijnlijke ontmoetingen met de muur maar daar had hij duidelijk van geleerd. Die muur heeft hij de rest van het jaar niet meer gezien, behalve dan op Iowa waar Colton Herta bij ‘m achterop reed en vervolgens zowel de bolide van Veekay als de muur beklom.

Over Herta gesproken: die nam in zijn 2e jaar, op z’n 20e, het hele Andretti team op sleeptouw. Hij kon als enige regelmatig, met uitzondering van Iowa en St Pete, goede uitslagen bijschrijven met de winst op Mid Ohio als hoogtepunt. Veach had ’t  niet en heeft inmiddels het veld moeten ruimen. Hunter Reay kwam zelden in het stuk voor en als de Amerikaan wel van voren reed was de pechduivel nooit ver weg. Rossi leek de pech aan zijn kont te hebben hangen en Marco Andretti liet zien dat de afgelopen 10 jaar het Indycarveld veel getalenteerder is geworden. Tot 2010 kon hij redelijk meekomen maar sindsdien zijn zijn resultaten steeds vaker onderaan het uitslagenvel te vinden.

Hinchcliffe tenslotte kon tijdens zijn invalbeurten ook niet veel meer aan de malaise van Andretti Autosport doen.

Gaan we dan even kijken naar de titelkandidaten en dan zie je een spiegeling in het seizoen van Dixon en Newgarden: Dixon ging in de eerste helft van het seizoen als de brandweer om in de 2e helft het roer uit handen te geven. Newgarden begon matig maar werd gedurende het seizoen steeds sterker.

De 6e titel voor Dixon

Dixon begon met 3 keer winst. Hij reed op Texas, de Indy roadcourse en op Road America van iedereen weg en werd pas na de finish weer teruggezien. De 2e race op Road America leek op paybacktime, 12e slechts. Maar het Ganassi team van Dixon liet alsnog zien hoe goed het was met de winst van Rosenqvist. Voor de Zweed was dat het enige lichtpuntje in een verder matig jaar.

En bij de volgende race, op Iowa laat Dixon zien dat hij er nog steeds bij zit: 2e achter Simon Pagenaud. Maar met die winst van Pagenaud komt er een oude bekende in zicht: Team Penske. Voor Pagenaud was de winst op Iowa een eenmalige opleving, maar in de 2e race start Josef Newgarden, de titelverdediger, zijn seizoen met een dominante winst.

De Indy500 had eigenlijk een prooi moeten zijn voor Dixon. Hij zat klaar om Sato te grazen te nemen maar achteraf gezien wachtte hij te lang met het maken van de beslissende zet. Maar had hij het kunnen weten dat Spencer Pigot 6 ronden voor de finish de muur zou bezoeken?

Op Gateway leek het erop dat Dixon de beslissing ging forceren door de winst in race 1 te pakken. Maar na die race ging de vaart eruit terwijl Newgarden op stoom begon te raken. Sindsdien is de Amerikaan altijd voor de Nieuw Zeelander over de finish gekomen en pakte hij daarbij ook nog eens drie keer de volle winst.

Dixon was de weg naar het podium kwijt en maakte ook nog eens een niet-Dixiaanse fout op Mid Ohio waar hij spinde bij het uitkomen van de eerste bocht.

Newgarden deed wat hij moest doen, winnen! Maar het was niet genoeg…

Op St Pete pakte Newgarden de winst maar het was uiteindelijk niet genoeg. Het was een tumultueuze race waar zowel Newgarden als Dixon niet van voren begonnen. Newgarden kon progressie maken omdat anderen er een puinhoop van maakten maar jammer genoeg voor hem wist Dixon evengoed naar voren te komen. Met de 3e plaats had Dixon genoeg punten om het kampioenschap in de wacht te slepen en zich zo langzamerhand tussen de groten van de Indycarracerij te nestelen. Newgarden had een uitstekende 2e seizoenshelft maar heeft ’t in feite in het begin van het seizoen laten lopen…

Waren er verder nog opvallende zaken dit jaar? McLaren heeft duidelijk geleerd van het echec van 2019 toen Alonso genadeloos van de grid op Indy werd gestoten. Dit jaar wist met name Pato ‘O Ward zich te manifesteren als een topper in de dop, met diverse podiumplaatsen, de pole en diverse ronden aan de leiding op Road America. Volgend jaar komt Felix Rosenqvist erbij, wellicht kan hij daar zijn toch wat tegenvallende jaren bij Ganassi doen vergeten.

Pato ‘O Ward, toekomstig titelkandidaat

Will Power heeft zich ontpopt tot dè pechvogel van Indycar maar als alles goed gaat doet de Australische veteraan nog altijd mee voor de winst. Lekke banden, motorproblemen, kapotte koppelingen, Power komt het altijd tegen, bij voorkeur als hij aan kop ligt. Maar tweemaal winst liet zien dat het niet aan hem ligt.

En het Rahal-Letterman-Lanigan team toonde aan dat zij haar outsider rol nog altijd waarmaakt: Sato won de 500 en Graham Rahal was vaak in de buurt van de kop te vinden. Wellicht dat dit team de aansluiting met de top kan maken in de toekomst.

Harvey deed met het kleine team van Micheal Shank uitstekende zaken

De laatste die mij opviel dit jaar was Jack Harvey. Zijn team, Michael Shank Racing, is een technische alliantie met Andretti aangegaan en dat werpt duidelijk zijn vruchten af. Dat bleek nog niet op Texas waar de Brit aan alle kanten meermaals voorbij gereden werd, althans, als dat had gekund op Texas waar het asfalt maar 1 lijn toestond. Maar na Texas kwalificeerde Harvey zich regelmatig in de top 10 en reed hij in de races goed mee. De resultaten laten het nog niet zien maar Shank en Harvey kunnen een vaste waarde voorin worden. Bovendien gaat Shank volgend jaar uitbreiden: hij neemt de spullen van Dragonspeed over.

Voor de directe toekomst zie ik een generatiewissel. Hoe goed Dixon ook nog is, er zal een moment komen dat hij plaats maakt voor een jongere generatie. Die zal bestaan uit ‘O Ward, Herta en Veekay. Zij zullen in de slag gaan met Rossi, Newgarden, Rahal, lieden die een paar jaar geleden golden als de nieuwe generatie. En de veteranen, Dixon, Power, Hunter Reay en Pagenaud, zij zullen hun positie niet zomaar opgeven.

Er komen een paar prachtige jaren aan. Nu maar hopen dat Covid de kop kan worden ingedrukt zodat we weer naar de baan kunnen…