LENGTE CIRCUIT: 4.361 km
RONDERECORD: 1’13”622 R. Barrichello (2004)
POLE 2017: Lewis Hamilton
POLE-TIJD 2017: 1’11”459
SNELSTE RACERONDE 2017: 1:14.551 Lewis Hamilton
TOP 3 RACE 2017:  1 Hamilton  2 Bottas  3 Ricciardo

Montreal is al heel lang een favoriet van iedereen, van coureurs, van toeschouwers, van TV-kijkers, wie dan ook. Dat is niet altijd zo geweest. In de eerste jaren simpelweg omdat er geen Canadese Grand Prix in Montreal werd georganiseerd. Die eerste jaren werd de Grand Prix georganiseerd op Mosport in de oneven jaren en Mont Tremblant in de even jaren. In Canada heerst namelijk een taalstrijd waar de Belgen nog een puntje aan kunnen zuigen. Dus het oneven jaar een Grand Prix in het Engelstalige Ontario en het even jaar een Grand Prix in het Franstalige Quebec.
Beide circuits waren typisch Amerikaans: snelle bochten, veel hoogtewisselingen in een prachtige omgeving met vele felgekleurde bossen. De Canadese Grand Prix werd altijd gecombineerd met de Mexicaanse Grand Prix en de Grand prix van de Verenigde staten op Watkins Glen, ook al zo’n circuit met veel natuurlijke pracht. Ja, er waren nog tijden dat de circuits de natuur volgden en dat de teams het voor elkaar kregen om de reiskosten te drukken door nabijgelegen races vlak na elkaar te laten houden.

Toch waren die eerste Canadese Grands Prix niet populair want de combinatie met Watkins Glen betekende een Grand prix in september of begin oktober. En als je weet dat de Canadese seizoenen bestaan uit Juni, Juli, Augustus en Winter snap je wel wat er aan de hand was. Inderdaad, de Canadese Grand Prix was vaak bitterkoud. Daarbij was het met de voorzieningen rond Mosport en Mont Tremblant -zelfs voor die tijd- ook niet best gesteld. Ondergetekende bivakkeerde in 2003 eens in de buurt van Mont Tremblant en erg veel hotels zijn er nog altijd niet. Wel een mooi natuurpark…
In 1968 en 1970 werd er dus gereden aan de Franstalige zijde van het land, maar daarna was het afgelopen daar de strenge winter het asfalt opvrat en Monsieur Le Patron van Mont Tremblant niet Les Dollars Canadienne wist op te brengen voor een jaarlijkse reparatie. Zelfs voor de Formule 1 van begin jaren ’70 was dat te gortig.
Bleef dus over Mosport, maar ook daar werd in 1977 de noodklok geluid: te snel en te gevaarlijk. Omdat het Franstalige Quebec het een doorn in het oog was dat die verdraaide Rosbifs aan de Engelse zijde een Grand Prix hadden en zij niet, werd het ijzer gesmeed toen het heet was en zo werd de Grand Prix van Ontario afgepikt. Daarbij was er eindelijk een Canadese coureur opgestaan die geboren, getogen en woonachtig was in Quebec en bovendien in een Ferrari reed: Gilles Villeneuve.
Klein probleempje: Quebec had geen circuit. Mont Tremblant had nog altijd niet genoeg Dollars Canadienne, dus dat was geen optie. Daarbij was er alleen een stratencircuit in TroisRivieres, maar dat was een soort Monaco wat niet in Monaco lag. Ook kansloos dus. En dan was er nog de oval van Sanair, ook niet echt een baan waarmee je de handen op elkaar kreeg.

Montreal was ondertussen bezig de kater te verwerken van het miljoenenverlies wat de Olympische Spelen van 1976 had veroorzaakt. Op een kunstmatig eiland in de St Lawrence lagen nog wat faciliteiten van de Spelen werkloos te zijn en de wegen daaromheen konden wel dienen voor een Grand Prix circuit. Hoe je van zo’n bak ellende toch nog wat plezier kan beleven. De eerste Grand Prix in Montreal werd gereden in natte omstandigheden onder dreigende sneeuwwolken. Gelukkig bleef de sneeuw weg en Villeneuve gaf de organisatie het perfecte cadeau door de winst te pakken.
Montreal was aanvankelijk dus een hit bij de Canadezen, niet zozeer bij de coureurs en de teams, want de race werd nog steeds in de herfst gereden: koud, nat en vaak al sneeuw in de lucht. Tot die prachtige jaren dat Watkins Glen van de kalender verdween en het relatief dichtbij zijnde prachtige stratencircuit van Detroit op de kalender verscheen. In juni! Dus in de volle zomer!
Nu braken de leuke jaren aan. De race werd een altijd een uitverkocht huis. De monteurs deden vlotraces op de oude roeibaan. De stad was gezellig (en niet alleen tijdens de Grand Prix aldus uw schrijver), de races altijd aantrekkelijk. Alleen Gilles, die was er niet meer bij…

De baan wordt wel eens het Monaco zonder de huizen genoemd. Niets kan verder van de waarheid zijn. Waar je in Monaco zelden blij verrast wordt door een leuke wedstrijd wordt je in Montreal slechts een enkele keer teleurgesteld met een saaie race. Waar in Monaco de boel smal genoeg is om een optocht te creëren is op Montreal de baan veel te breed voor orde en regelmatige rangschikking.
Sinds 1978 is de baan nauwelijks aangepast, de pits was toen nog net na de noordelijke hairpin, aan de zijde van de Jacques Cartier brug, u weet wel, die hele hoge brug die je altijd ziet tijdens de TV uitzending). In 1987 werd de pits verplaatst naar het korte rechte stuk vlak voor de zuidelijke hairpin en werd ook de Wall of Champions opgericht, de muur waar achtereenvolgens wereldkampioenen Jacques Villeneuve, Michael Schumacher en DamonHill hun bolide parkeerden. Later kwam Ricardo Zonta als ex-FIA GT wereldkampioen als bonus bij… En het lange rechte stuk langs het water was niet altijd zo recht. In de jaren ’90 lag daar nog een snelle rechts-link-rechts combinatie waarin Pedro Diniz zich in de jaren ’90 verslikte. Toen werd de zaak maar rechtgetrokken.

In recente jaren heeft deze Grand Prix nog wel eens op de schopstoel gezeten omdat Bernie Ecclestone steeds meer Amerikaanse Dollars wilde en Montreal daar niet altijd genoeg Dollars Canadienne tegenover kon stellen. Laten we hopen dat dat met het verdwijnen van de kleine Britse Napoleon verleden tijd is…..

Terug naar circuits