McLaren

Opgericht door Bruce McLaren
Chassis: McLaren MCL33
Motor: Renault
Technisch manager: Tim Goss
Actief: 1966 – heden
Teambaas: Zak Brown
Coureurs: Stoffel van Doorne (2), Fernando Alonso (14)
Testrijder: Lando Norris

Teamstamboom: McLaren (1966 – heden)

Je kunt eigenlijk niet zeggen dat er één McLaren team is geweest in de geschiedenis. Zeker, er doet sinds 1966 een McLaren team mee aan de Formule 1 en dat is altijd dezelfde inschrijving geweest, maar door de jaren heen is het team een aantal keer in andere handen overgegaan zonder dat de naam werd veranderd.
Bruce McLaren was al een aantal jaren actief in de Formule 1 toen hij, in navolging van zijn Cooper teamgenoot Jack Brabham, zijn eigen Formule 1 auto’s begon te bouwen. McLaren had al een eigen team met door Roger Penske ontworpen sportwagens. Het zou niet de eerste keer zijn dat de Penske-organisatie vergeleken zou worden met die van McLaren…
De eerste jaren zouden moeizaam verlopen voor McLaren. Door problemen met motorleveranciers kon McLaren zich zelden meten met de wagens van Brabham, Lotus, Eagle en Ferrari. Maar omdat in de CanAm series de McLarens, met Bruce aan het stuur en Denny Hulme in de tweede wagen, de zegens aaneenregen kon het team blijven voortbestaan.

Toen in 1968 McLaren een Ford Cosworth motor wist te bemachtigen ging het beter en werden er binnen 2 jaar vijf Grands Prix gewonnen. In 1970 verongelukte Bruce dodelijk bij het testen van de CanAm wagen op Goodwood. Het ongeluk trof het team als een mokerslag maar grootaandeelhouder Teddy Mayer en Hulme bleven niet bij de pakken neer zitten. Mayer zou de dagelijks leiding overnemen en Hulme bleef tot het einde van zijn carrière in 1974 bij het team.
Niettemin zat de schok diep en het zou tot 1972 duren voordat McLaren weer een Grand prix won, met Hulme in Zuid Afrika. Ondertussen bleef McLaren winnen in CanAm en had het ook een eerste winst op zak op Indianapolis: het team van Roger Penske won met een McLaren M16 de 500 mijl met Mark Donohue achter het stuur.

In 1973 kwam McLaren met een Formule 1 ontwerp waar het jaren plezier van bleek te hebben: de M23. Met de M23 werden van 1973 tot en met 1976 16 Grands Prix gewonnen en bovendien wonnen Emerson Fittipaldi (1974) en James Hunt (1976) de wereldtitel. En de constructeurstitel van 1974 kwam daar nog als bonus bovenop.
Daarnaast won Johnny Rutherford in 1974 en 1976 de Indy 500 voor McLaren en zo ging Mclaren de boeken in als een van de meest succesvolle constructeur van de jaren ’70. Maar na 1977 ging het mis voor McLaren. De M23 raakte out-of-date, ook al bleef de wagen zelfs in 1978 nog wel opduiken in het wereldkampioenschap. Met de opvolger, de M26 wist Hunt nog 3 maal te winnen maar de M28, M29 en de M30 waren geen succes.

Het geduld van de jarenlange sponsor, Marlboro, raakte op en in 1980 kreeg Teddy Mayer de keuze: of doorgaan zonder de sponsor, of een fusie accepteren met het Project Four Formule 2 team. Project Four werd geleid door een jonge Brit die eind jaren ’60 nog had gewerkt voor Cooper en Brabham maar sindsdien zijn eigen teams had geleid. Hij was ook verantwoordelijk geweest voor het opleveren van alle BMW M1’s voor het Procar kampioenschap en zijn team prepareerde de M1 van Niki Lauda in 1979, die prompt het kampioenschap won. Het was duidelijk dat we hier met een capabel iemand te maken hadden. Zijn naam was Ron Dennis.
En zo ging McLaren zijn derde leven in, nu als McLaren International. De wagens kregen als prefix in plaats van de M voortaan MP4 (McLaren Project 4). Het zou een uiterst succesvolle periode inluiden waarbij diverse races en kampioenschappen werden gewonnen en records werden gebroken.

Ron Dennis trok zich weinig aan van standaard werkwijzen en tradities. Een chassis werd altijd met aluminium gemaakt maar Dennis concludeerde dat dat te slap was voor de ground effect wagens. Samen met John Barnard, de ontwerper van de Chapparal die in 1980 de vloer had aangeveegd met de tegenstanders op Indy, ging hij voor koolstofvezel en ze kregen de Hercules Vliegtuigfabrieken zo ver om hun ontwerp te bouwen.
Meteen in het eerste jaar wist de nieuwe McLaren MP4/1 al een race te winnen met John Watson maar Dennis wilde meer. Niki Lauda werd uit zijn pensioen getrokken en toen Alain Prost werd ontslagen door Renault twijfelde Dennis geen moment en trok de Fransman naar McLaren. Ondertussen had Dennis ook een turbomotor bemachtigd: hij had Mansour Ojjeh van Williams sponsor TAG zo gek gekregen een door Porsche gebouwde turbomotor te financieren. Ojjeh zou met TAG een groot belang nemen met McLaren en gaan deelnemen aan de raad van bestuur van McLaren.

In 1984 werden slechts 4 Grands Prix niet gewonnen door McLaren. De laatste 7 GP’s was elk ander team kansloos, met vlag en wimpel wonnen Lauda en McLaren het kampioenschap. Prost lag slechts een half puntje achter de Oostenrijker in de eindstand. In 1985 won de Fransman het kampioenschap, al was McLaren dat jaar minder dominant met slechts 6 overwinningen. En in 1986 deed Prost het nog een keer maar nu won McLaren nog maar 4 maal.
1987 was een mager jaar met nul kampioenschappen en ‘maar’ 3 gewonnen Grands Prix. In 1988 kwam echter het grote antwoord. Inmiddels met Honda turbo, Ayrton Senna naast Prost en met Gordon Murray, Steve Nichols en Neil Oatley als ontwerpers werd er met de MP4/4 een absolute gamechanger neergezet. De eerste race werd overtuigend gewonnen maar tijdens de kwalificaties van de 2e race in Imola bleek pas echt dat de MP4/4 lichtjaren voor de rest uit reed. Prost en Senna reden gemakkelijk in de 1:27. De derde man, Piquet met dezelfde Honda motor, kwam niet onder de 1:30….

En dat was grotendeels het beeld van 1988: twee McLarens, dan lange tijd niets, dan de rest. Pas in augustus leek het er een beetje op dat McLaren het wat moeilijker begon te krijgen: in Hongarije had Senna een lange trein volgers achter zich aan. Niettemin waren de McLarens aan de finish weer gewoon 1 en 2. Op Monza ging het echter mis: de Ferrari’s konden de hele race goed volgen. Niettemin moest Jean Louis Schlesser er aan te pas komen om Senna te laten struikelen. Twee ronden voor de finish werd de Braziliaan uit de race gestoten en lag de weg vrij voor Gerhard Berger. Het zou de enige niet-McLaren overwinning blijken te zijn in 1988. Senna ging uiteindelijk met de titel aan de haal voor Prost en heel ver voor de rest.

In 1989 was het grotendeels hetzelfde beeld maar toch was het een beetje anders: ‘slechts’ 10 overwinningen voor McLaren en Prost voor Senna in het kampioenschap. Maar achter de schermen vochten de heren een zware strijd. Prost vond dat Senna een afspraak niet was nagekomen en voelde zich genaaid. Senna speelde de onschuld. Het was dan ook tijdens de beslissende Japanse Grand Prix dat Prost en Senna elkaar van de baan reden. Prost wereldkampioen maar ik denk niet dat hij heel blij was.

In 1990 had Prost het team verlaten. McLaren won weer beide titels en won 6 races. Senna won weer maar roste in Japan de naar Ferrari vertrokken Prost van de baan om de titel te winnen, wat hem en McLaren geen fans opleverde. In 1991 won de combinatie McLaren en Honda nog 1 keer: voor de vierde keer achter elkaar beide titels en 8 Grands Prix gewonnen. Senna voor de derde keer kampioen….

Maar aan elke bloeiperiode komt een eind, dus ook aan deze derde, na de jaren ’70 en midden jaren ’80. “McLaren op organisatie kloppen is onbegonnen werk, je moet gewoon een snellere wagen bouwen” bromde Patrick Head in 1991 en dat was precies wat Williams deed in 1992 en 1993. Gezien de overmacht van Williams was het eigenlijk verbazingwekkend dat McLaren in die 2 jaren nog 10 Grands Prix wist te winnen. Maar het zou voorlopig het slotakkoord zijn. In 1994, ‘95 en ’96 was McLaren kansloos, er werd helemaal niets gewonnen. Maar in 1997 sloeg het team weer de weg naar boven in. Weliswaar kansloos voor de titel werden er wel 3 overwinningen bijgeschreven, alvorens in 1998 opnieuw de titels naar McLaren gingen, ditmaal met Mika Hakkinen. Hakkinen won 8 maal, teamgenoot Coulthard 1 maal.
In 1999 won Hakkinen opnieuw de titel maar door allerlei problemen en fouten van het team en haar rijders ging de constructeurstitel verloren.

Vanaf 2000 won McLaren wel regelmatig races maar het kampioenschap zat er niet in. In 2003 en in 2005 waren ze er dichtbij maar pas in 2007 stond er weer een McLaren die echt mee kon doen voor het kampioenschap, met twee coureurs die kampioenschapswaardig waren: 2-voudig kampioen Alonso en de debuterende Lewis Hamilton. Van Hamilton werd niet al te veel verwacht. Hij zou de 2e viool spelen voor Alonso. Niettemin was Hamilton wel iemand waar Ron Dennis persoonlijk zijn nek voor had uitgestoken en die het eerste en tot nu toe enige echte toptalent was dat McLaren zelf had voortgebracht.
In de 2e seizoenshelft leek het erop dat McLaren de strijd in haar voordeel ging beslissen maar toen hingen er al twee schaduwen over het team: een kleine, de jonge Hamilton was Alonso veel te snel en won te veel en stelde daarom de oude rot te veel op de achtergrond. De grote schaduw was echter het spionage schandaal waar McLaren in verzeild was geraakt. Bij medewerker Mike Coughlin was een stukje documentatie aangetroffen met daarin uitleg van de werking van diverse Ferrari onderdelen. Daarbij bleek ook ex-Ferrari medewerker Nigel Stepney diverse geheimen aan McLaren door te spelen. McLaren werd uiteindelijk veroordeeld, of het terecht was zullen we maar even in het midden laten, kreeg een megaboete en verloor al haar punten voor het kampioenschap. Hamilton en Alonso hielden echter wel hun punten en konden dus nog altijd kampioen worden. Het leek er echter op dat Spygate het team en haar coureurs aardig door elkaar geschud had want ondanks een overwinning voor Hamilton in Japan ging ook de rijderstitel verloren door onder meer rijdersfouten. Alonso leek er niet mee te zitten want hij vertrok weer naar Renault, het team waar hij vandaan kwam. In 2008 nam McLaren echter wraak door alsnog de wereldtitel voor Hamilton op te eisen. De constructeurstitel zat er echter niet meer in.

En dat was ook gelijk het laatste wapenfeit van betekenis voor McLaren. In de jaren daarna werd er nog wel gewonnen maar door een gebrek aan betrouwbaarheid kon het team geen aanspraak meer maken op de titel. Hamilton vertrok met de nodige ergernis in 2013 naar Mercedes en met diens vertrek heeft McLaren geen Grand Prix meer gewonnen. Ron Dennis had na 2008 al 2 jaar plaats gemaakt voor Martin Whithmarsh maar ontketende toen een paleisrevolutie, liet Whithmarsh ontslaan en nam de leiding van het team weer op zich totdat hij in 2016 ruzie kreeg met de andere grootaandeelhouders van McLaren, met name Mansour Ojjeh. De strijd viel in het nadeel uit van Dennis en daarmee kwam er na 37 jaar een eind aan een tijdperk.

Zak Brown heeft de leiding overgenomen maar heeft in 2017 nog niet echt potten kunnen breken. Het huwelijk met Honda kon ook niet bepaald de herinneringen aan de jaren ’80 en ’90 doen verbleken en is nu ingeruild voor een contract met Renault. Of dat een succes wordt zullen we gaan zien. Brown doet de dingen in elk geval wel anders dan Dennis. Als motiverende factor mocht Alonso, die in 2015 weer terugkeerde, een uitstapje maken naar Indianapolis en komend seizoen doet Alonso niet alleen de 24 uur van Le Mans maar zelfs het hele WEC, zolang de Formule 1 kalender het toestaat. En eventuele diversificatie van de raceactiviteiten is ook iets wat Brown overweegt. Een McLaren team in de Indycarseries? Brown overweegt het. Een McLaren prototype op Le Mans, idem dito. Ron Dennis concentreerde juist alles op de Formule 1. De Indy divisie was het eerste dat hij eruit gooide. Het inzetten van de McLaren supercar op Le Mans in 1995 en 96 werd met argusogen bekeken en slechts mondjesmaat gesteund. Grote kans dus dat McLaren de komende jaren een ander team wordt. Ze hebben er met Fernando Alonso en Stoffel Vandoorne in elk geval de juiste coureurs voor.

Alonso is de oude rot die nog altijd snel is en bovendien ook weet hoe je een wagen sneller moet maken. En Vandoorne is jong en snel, misschien nog niet zo snel als Max Verstappen, maar moet, indien zijn wagen ‘m daartoe in staat stelt, regelmatig een overwinning mee kunnen pakken. Voorlopig zie ik ‘m vooral als de ideale nummer 2 achter Alonso. Ik hoop voor hem dat ‘ie zich niet ontpopt tot een 2e Hamilton want dan zijn de rapen gaar met Alonso.

McLaren heeft alles om succesvol te zijn in de Formule 1, laten we hopen dat het er dit jaar weer eens uitkomt….

Terug naar teams