Ladies and Gentlemen start your sims

Joe Saward schrijft wel eens dat er in de Formule 1 allemaal buitengewoon competitieve en vindingrijke menen rondlopen. Dat geldt voor rijders, engineers, ontwerpers, constructeurs, teammanagers, monteurs, bandenboeren en wie dan ook.
Maar het geldt ook voor de journalisten, race promotors, circuitontwerpers en TV-commentatoren. En het geldt niet in de laatste plaats ook voor fans.

Wat betreft die laatsten zie ik dat vooral dat als de quizcoach de timeline van twitter opentrekt er toch weer tal van Formule 1 of andere race-gerelateerde inhoud te lezen is. Terwijl er helemaal niets te melden is!

Niet dat er nu echt veel actueels in staat. Eigenlijk is het enige nieuws dat van de afgelastingen. Maar de een-na-de-andere fan weet wel weer een F1 gerelateerd raadseltje tevoorschijn te toveren. Of de onvermijdelijke poll.

Op moment van schrijven is de “mooiste F1 circuit “ poll bezig. Het schijnt dat de A1/Red Bull Ring/Ö-ring/Zeltweg momenteel aan kop staat. Het heeft net in de knockout fase Circuit of the America’s verslagen, of is bezig dat te doen. Dat het Oostenrijkse circuit het goed doet in Nederland zal wel wat te maken hebben met de winnaar van de afgelopen jaren.

The Race is -geloof ik- bezig met een contest wat de mooiste inhaalactie in de geschiedenis is geweest. Altijd leuk en gelukkig zat mijn favoriete moment er ook weer bij: “Piquet die buitenom gaat bij Senna tijdens de eerste Hongaarse Grand Prix in 1986″, daarbij dwarsgaat, de wagen weer rechttrekt en ondertussen Senna ook nog even een vingertje geeft met een juichende quizcoach tot gevolg.

De beste inhaalactie ooit?

Dat er heel wat mooie momenten geweest moeten zijn bewijzen wel de vele momenten die ik mis op de lijst. Jacques Villeneuve buitenom bij Michael Schumacher op Estoril in 96 heb ik bijvoorbeeld nog niet gezien. Het gehele oeuvre  van vader Gilles ook nog niet gezien. Maar wellicht worden alleen de hele grote kampioenen herinnerd? En die hadden over het algemeen niet zoveel inhaalacties nodig, het merendeel van de races waren ze toch in een ‘league of their own’.
Maar goed, er komt heel wat moois voorbij en dat geeft wel aan hoe rijk de historie van de Formule 1 is.

Nu de gedwongen pauze lang aanhoudt zien we de dat elk zichzelf respecterend autosportplatform zich op de E-sport is gaan richten. Lekker gamen op de computer.
Zelf heb ik eens tijdens de 24 uur van Le Mans een keer een poging gedaan om een goede ronde af te leveren. Ik kwam er al snel achter dat alleen de onderdelenleverancier gelukkig zou zijn geworden van mijn talenten. Ik kon er werkelijk helemaal niets van. Een beetje racen op de PC was nog wel te doen maar alleen met Microprose Grand Prix (1991) en Indycar Racing II kon ik enigszins meedoen om de ereplaatsen. Grand Prix Legends staat nog altijd op mijn PC maar meer om de creaties van diverse hobbyisten van overal ter wereld te bewonderen. Het decor heb ik helaas het beste leren kennen.

Vreemd genoeg is een van de oudste sims die ik ooit heb gespeeld nog altijd een van de beste. Ik kreeg ooit op een floppydisk Indy 500 toegespeeld, in 1992. Daar heb ik mijn vingers redelijk op krom opgespeeld.
De graphics zagen er naar huidige standaarden niet uit maar de gameplay was super. Om een kans te maken voor de winst moest je ronden draaien van rond de 40 seconden, ongeveer de snelheden van 1989. Om de 500 te winnen moest je je opmaken voor een zit van rond de drie uur. Game opslaan was er niet bij, de race ging onverbiddelijk door. Escape betekende einde race.

de graphics lijken nu nergens meer op maar de sim is verder levensecht

Het racen zelf was vechten op het randje van de grip, elke bocht weer. En je kon aan het begin voelen hoe je aan het einde van de bocht uit zou komen. Hard moeten insturen betekende een lastige exit. Soepel insturen betekende een snelle exit.

Het lukte me 1 keer om pole te draaien en daarmee de gele wagen met nummer 4 van de pole te verdrijven. De kleurtjes van de wagens correspondeerden met de kleuren van de werkelijke grid van 1989: er zat een zwarte wagen met grijsaccenten bij voor Arie Luyendyk. De nummers klopten ook, Luyendyk had nummer 9. Alleen je eigen nummer, 17, kwam niet voor in werkelijkheid. De rijder met nummer 29, Rich Vogler, die in 1989 als 33e en laatste startte, miste in de game de show en werd dus het voornaamste slachtoffer op bump day

Turn 3, eerste ronde in de 1989 Indy 500

De 500 reed ik 1 keer uit. Na ruim 3 uur werd ik 10e, met een tintelend zitvlak. Tientallen keren echter lag ik eruit na een kennismaking met de muur of een tegenstander. Geen nieuw leven, gewoon uitstappen en wegwezen.
Sinds Indy 500 zijn de sims er een stuk beter uit gaan zien. Maar de beleving van Indy 500 werd eigenlijk nooit meer ergens overtroffen, hooguit geëvenaard.

Zo kwam ik in 2002 Grand Prix Legends tegen, een sim die het seizoen 1967 nabootste. De sim bleek al in 1998 te zijn uitgegeven maar bleek zeer moeilijk te zijn en bovendien waren de graphics zeer fraai voor die tijd. En dat was ook meteen het manco: de sim bleek te zwaar voor veel PC systemen van die tijd en dat gaf de genadeklap. De verkoopcijfers waren om te huilen en het betekende ook meteen het einde van de uitgever Papyrus.

Grand Prix Legends, moeilijk, ook voor je PC destijds

Maar dat betekende niet het einde van Grand Prix Legends. Simracers en computernerds wisten de code te kraken en gingen zelf verder met het ontwikkelen van Grand Prix Legends. En dat leverde een indrukwekkend aantal circuits, wagens en kampioenschappen op. As-we-speak wordt Grand prix Legends nog altijd gespeeld, 22 jaar na de introductie!

Zowel Grand Prix Legends als Indy 500 kwamen uit de koker van David Kaemmer, de man die later I-Racing zou oprichten, een simulatieplatform voor racers en hobbyisten van over de gehele wereld. Ging Kaemmer met Grand Prix Legends nog uit van de World Atlas of Motorracing van Joe Saward om circuits te bouwen, voor I-Racing liet hij circuits nauwkeurig opmeten en fotograferen om er vervolgens een simversie van te maken. Het resultaat was een digitaal platform voor professioneel racers en hobbyisten.

I Racing

Online schakers hadden al eens de sensatie gehad om gespeeld te hebben tegen Bobby Fisher. Onder sim racers deed het gerucht de ronde dat ze misschien wel tegen Dale Earnhardt jr hadden gereden op I-Racing. Een gerucht wat een paar dagen later op waarheid bleek te berusten.

Earnhardt was een van de eersten die trainde met simracen. Al snel zouden er meer volgen. Hoewel, Dale jr was toch niet helemaal de eerste. Het was Jacques Villeneuve die in 1996 -om de Europese circuits te leren kennen- trainde op de computer, met Grand Prix 2.
Nadat hij in 1996 de pole haalde op Spa kreeg hij de vraag of hij in de sim ook pole had gehaald. “Naah, ik was zeventiende.”, was het antwoord. Een pro-racer is niet per definitie een goede sim racer en omgekeerd.

Hoewel Nissan had een paar jaar geleden nog een GT-academy, waarin simracers konden deelnemen aan een competitie in Grand Turismo en ze zodoende een plek in een echt raceteam konden verdienen.
Jann Mardenborough en Lucas Ordonez heben er hun Le Mans starts aan te danken.

Het simracen is best leuk om naar te kijken maar het haalt ’t natuurlijk niet bij het echte racen. Simracen hoort het terrein voor hobbyisten te blijven en het trainingsveld voor de pro’s. Niettemin ziet het er wel allemaal heel netjes en gelikt uit, dus hopelijk staat er straks niet een of andere onverlaat op die gaat pleiten om autosport voortaan elektronisch te gaan uitvoeren. Want dan krijg ik toch wel een stevig nineteen-eighty-four visioen….

Dit bericht heeft 2 reacties.

  1. Swen Snoek

    GP legends! Good old days!!

  2. Jacco Den Hollander

    Joost (@JOZILIAN op Twitter) geeft nog het volgende door over Geoff Crammond:

    Geoff Crammond is de maker van de grand prix serie. Heel veel van de dingen die hij ontwikkelt heeft zie je nog steeds terug.
    Zijn game was bijvoorbeeld de eerste waarbij het weer kon veranderen. Je kon bij anderen meekijken en er zat een save optie in

Reageren is niet mogelijk.