LENGTE CIRCUIT: 5.513 km
RONDERECORD: 1’37”766 S. Vettel (2017)
POLE 2017: Lewis Hamilton
POLE-TIJD 2017: 1’33”108
SNELSTE RACERONDE 2017: 1’37”766 Sebastian Vettel
TOP 3 RACE 2017:  1 Hamilton 2 Vettel 3 Raikkonen

Tsja, Amerika. Toen ik groen als gras in 1983 voor het eerst een vol jaar Formule 1 volgde, nou ja volgde, ik keek gewoon elke week Studio Sport in de hoop dat er autoraces zouden zijn, werd na afloop van de Belgische Grand Prix aangekondigd dat de volgende race in Amerika zou zijn. Met de opgedane kennis uit Michel Vaillant was mijn eerste reactie: “Aha, de 500 mijl van Indianapolis” en zonder het te weten had ik het weliswaar mis maar zat toch behoorlijk dichtbij de waarheid. Want toen de Grand Prix tot mijn verbazing werd gereden in Detroit (waardeloos stratencircuit maar dat terzijde) was de Indy 500 net die week daarvoor gewonnen door Tom Sneva en bleken Detroit en Indianapolis niet eens zover van elkaar te liggen: zo’n 280 mijl. Oftewel, Sneva had na een uurtje of 2 rijden al in Detroit kunnen zijn… Maar goed, wist ik veel, als 10-jarige, dat Indy en de Formule 1 gescheiden werelden waren… Later kwam ik erachter dat dat niet altijd zo geweest was: de eerste 11 Formule 1 seizoenen stond de Indy 500 op de kalender als de Amerikaanse ronde van het wereldkampioenschap. Niet dat dat betekende dat er enige mix ontstond tussen de Amerikanen en de Europeanen. Alleen Alberto Ascari deed een keer serieus mee aan de Indy 500 maar de Amerikanen bleven allemaal aan hun zijde van de Oceaan. Dus als je een keer de statistieken er op naslaat en je je afvraagt hoe het toch komt dat Bob Sweikert, Billy Vukovich of Jeff Ward een enkele keer een WK-race wonnen maar zich verder nooit ergens vertoonden: dat ligt er dus aan dat ze de Indy 500 wonnen en ze waarschijnlijk niet eens bewust waren dat ze punten hadden gescoord voor het wereldkampioenschap. Alleen in 1957 en 58 kwamen diverse Amerikanen, USAC coureurs, want USAC organiseerde de Indy 500 en het kampioenschap daaromheen, naar Monza voor de Race of Two Worlds op de oval. Onder hen was toen ook de toen nog piepjonge AJ Foyt. De Race of Two Worlds was een race tussen het beste van Europa en het beste van Amerika, een soort Ryder’s Cup van de autosport. Zowel in 1957 en 1958 maakten de Amerikanen gehakt van de Europeanen. In 1958 liet winnaar Troy Ruttman weten dat hij de Europeanen maar een stelletje watjes vond…

In 1959 vond Alec Ullman het tijd voor een echte United States Grand Prix en vond de eigenaren van Sebring bereid om er een te organiseren. Eigenlijk zou de Grand Prix plaatsvinden op de dag na de traditionele 12 uur van Sebring in maart maar uiteindelijk werd besloten om het de finale van het kampioenschap te maken. Het werd de eerste overwinning voor Bruce McLaren, het eerste kampioenschap voor Jack Brabham en het eerste kampioenschap voor een auto met de motor achterin. Brabham moest er wel een tijdje voor duwen. Sebring bleek niet echt succesvol want het lag tussen niks en nergens en dus niet aantrekkelijk voor een evenement van een uurtje of 3. Als je dan toch een eind moet reizen, doe het dan meteen voor 12 uur zal het publiek wel gedacht hebben. Dus op naar het westen, naar het circuit van Riverside in de buurt van Los Angeles. Groot marktgebied zou je denken, maar ja, dat betekent ook meer concurrentie. De Times Grand Prix voor het USAC kampioenschap slokte al veel potentiele toeschouwers op, net als de dirt races op Ascot Park en de NASCAR races die ook op Riverside werden gereden. Dus na 1960 moest Ullman op zoek naar een derde locatie en vond deze in Watkins Glen, 4 uur van New York City en 2 uur van Buffalo. Niet te ver van grote steden met veel potentiele bezoekers en ook geen gebieden met veel andere evenementen. Watkins Glen bleek meteen een hit te zijn. Voor de toeschouwers was het een prachtige omgeving om de herfst te gaan vieren. Indian Summer hing elk jaar in de lucht en de bomen kleurden geel en rood en gaven de omgeving een magische sfeer. De rijders vonden het ook geweldig, niet zo zeer vanwege het circuit want dat was niet zo uitdagend, meer vanwege de nabij gelegen golfbaan en vooral vanwege de, vergeleken met Europese Grands Prix, torenhoge bedragen als prijzengeld.

The Glen bleef 20 jaar lang het vaste adres voor de US Grand Prix. Maar in de 2e helft van de jaren ’70 begon de verpaupering op Watkins Glen in te treden. Meer en meer toeschouwers gaven niks om de race maar kwamen er om lol te trappen, en daaronder was er altijd weer een vast groepje dat vooral rotzooi kwam schoppen: een soort Woodstock of Glastonbury op wielen…. Dus na de Grand Prix van 1980 viel het doek voor The Glen. Maar ondertussen was in 1976 een ander evenement opgestaan aan de Westkust: Long Beach. Long Beach is een schoolvoorbeeld van hoe een groots evenement de omgeving een enorme duw in de goede richting kan geven. In 1976 was Long Beach een grauwe voorstad van Los Angeles, waar je na zonsondergang liever niet meer de straat op ging. De Queen Mary was definitief voor anker gegaan in de haven om de stad een beetje allure te geven maar pas toen Chris Pook de Long Beach Grand Prix ging organiseren kreeg de stad elk jaar meer aanzien.

Van 1976 tot en met 1983 reed de Formule 1 rond in Long Beach en zette daarmee een nieuwe trend: meer en meer stratencircuits werden gebruikt om races te organiseren. Die waren niet allemaal even succesvol, Long Beach bestaat echter nog steeds, tegenwoordig als Indycarrace. En de stad is een locatie geworden waar een ieder die zichzelf belangrijk vindt graag gezien wil worden… Dat niet elk nieuw stratencircuit een succes werd bleek wel uit de grote omzwerving die volgde na het verdwijnen van The Glen. Eerste stop was Las Vegas, in 1981 en 1982, waar de gokkers in het casino bleven zitten, zich afvragend waar die herrie vandaan kwam.. In 1982 werd er aangemeerd in het eerder genoemde Detroit en daarmee werden er voor het eerst drie Grands Prix georganiseerd in een jaar binnen één land (met Long Beach en Las Vegas). Een Grand Prix in Motown, daarvan zou je zeggen dat de Formule 1 thuis zou komen maar de autobouwers waren niet zo geïnteresseerd. Daarbij was er ook binnenlandse concurrentie: de groeiende CART Indycar Worldseries, waar de meeste Amerikaanse coureurs aan meededen. En alleen Eddie Cheever en Danny Sullivan deden de Amerikanen niet naar binnen stromen. Het circuit was ook niet best en de organisatie leek ook niet heel geïnteresseerd te zijn. Detroit hield het vol tot en met 1988. Ondertussen was er eenmalig een race geweest in Dallas, een race die Niki Lauda wel beviel: ”Hoeven we een keer niet TV te kijken om Dallas te zien”. Ondanks de grote hitte met temperaturen ten noorden van de 40 was het een uitverkocht huis. De aanwezigheid van Sue Ellen en JR zal ook wel geholpen hebben. Het circuit viel echter van ellende uit elkaar en na een jaar was het alweer gedaan met de Dallas Grand Prix. Na het verdwijnen van Detroit werd er een vervanging gevonden in downtown Phoenix. De Formule 1 zou de Formule 1 niet zijn als er gehoor zou zijn gegeven aan de tip de race niet op dezelfde datum te organiseren als die van Detroit. En dus traden de Formule 1 coureurs in 1989 aan in de brandende zon bij 38 graden… In 1990 en 1991 werd de Grand Prix toch maar in maart gehouden. De toeschouwers gingen echter in die periode liever naar de nabijgelegen Phoenix 1 mile oval: Indycar en NASCAR races. Eddie Cheever was inmiddels ook al verdwenen en met zijn vertrek deed er niet eens meer een Noord Amerikaan mee aan de Formule. Gelukkig deed Paul Newman nog mee in de TransAm races in het voorprogramma.

Van 1991 tot 2000 was er geen Formule 1 wagen te vinden in de Verenigde Staten. Er was niemand te vinden om een evenement te organiseren waar minder toeschouwers op af kwamen dan op een nabijgelegen schoolvoetbaltoernooi….. In 2000 dook de Amerikaanse Grand prix ineens weer op, op de originele locatie waar de Amerikaanse ronde van het wereldkampioenschap werd gehouden: Indianapolis! Indy Motor Speedway baas Tony George was al een tijdje bezig de activiteiten op de Speedway uit te breiden. Voorheen was er maar een evenement per jaar: de Indy 500. In 1994 werd voor de eerste keer de NASCAR Brickyard 400 gehouden. De US Grand Prix zou het derde evenement worden op de brickyard, met start en finish op de oval, een deel van het circuit op het infield om vervolgens door Turn one weer de oval op te stuiven. Het leek een meesterzet voor de Formule 1. Een Grand Prix in de autosporthoofdstad van de Verenigde Staten, dat moest een succes worden. Hier zou dan eindelijk de Formule 1 vaste voet aan de grond krijgen in het grootste afzetgebied van de wereld, het enige gebied ter wereld waar dat nog nooit gelukt was. Het begin was veelbelovend. De tribunes langs het gebruikte deel van de oval zaten vol en dan heb je al snel meer dan 200.000 toeschouwers in huis. Maar na drie jaar bleek al snel dat de kosten hoog waren, met name het bedrag wat betaald moest worden om een Grand Prix te mogen organiseren bleek een struikelblok om de begroting sluitend te krijgen. Daarbij liet de Formule 1 en haar organisatie schijnbaar geen gelegenheid onbenut om zichzelf in de voeten te schieten. Schumacher probeerde met Barrichello gelijktijdig over de finish te komen in 2002. Dat mislukte en in feite gaf de Duitser daarmee de overwinning weg. Een overwinning die weggegeven wordt, daar krijg je geen Amerikaan mee naar het circuit. Daarbij sprak Bernie Ecclestone regelmatig zijn ergernis uit dat als hij in Indianapolis was hij eigenlijk alleen maar over de Indy 500 en de Brickyard 400 hoorde praten. De Grand Prix, dat moest het hoogtepunt van het jaar zijn. Dergelijk gebrek aan historisch besef schoot menig Amerikaan in het verkeerde keelgat, niet in de laatste plaats Tony George zelf die een hoop eigen geld had geïnvesteerd in de bouw van het circuit.

Het was echter in 2005 dat de Formule 1 zichzelf onmogelijk maakte op Indy. Michelin bleek banden meegenomen te hebben die niet geschikt waren voor de hoge snelheden in Turn One. Concurrent Bridgestone, die slechts 6 wagens hoefde uit te ruisten met banden, had geen probleem. Het antwoord van de Formule 1 organisatie was koud en rampzalig. “Het is een Michelin probleem, de Michelin teams moeten maar rustig door Turn One gaan of desnoods elke ronde door de pits. Er mogen geen andere banden gehaald worden, het circuit wordt ook niet aangepast.” Alsof dat een oplossing was. Indien iets dergelijks was voorgevallen in een Amerikaanse raceserie was er alles aan gedaan om tot een goede oplossing te komen: betreffende bocht onschadelijk maken door een provisorische chicane, of Bridgestone had alle andere teams voorzien van banden, of Michelin had andere banden mogen halen uit Frankrijk. Niets van dat alles: na de opwarmronde vloog elk Michelin team de pits in om er niet meer uit te komen. De grid bestond uit 2 Ferrari’s aan de kop, 2 Jordan’s in het middenveld en 2 Minardi’s aan de staart. Ik heb me altijd afgevraagd hoe de Jordan’s en de Minardi’s hun juiste plek hebben kunnen vinden. De race ging van start met 6 wagens, Michael Schumacher vierde zijn meest fantastische overwinning, het Amerikaanse publiek voelde zich genaaid en er was werkelijk niemand tussen New York en LA die de Formule 1 nog serieus nam. Indianapolis zat het contract tot 2007 uit en nam daarna heel snel afscheid. De Formule 1 leek zijn laatste kans in de Verenigde Staten zelf de nek omgedraaid te hebben…

Maar de Amerikaanse Grand Prix is blijkbaar als een kat met 7 levens. In 2012 stond de race weer op de kalender, dit keer in Austin Texas, waar de race -op 2013 na- tot nu toe alleen maar is gewonnen door Lewis Hamilton. Bernie Ecclestone zal wel gedacht hebben: “Ik doe het gewoon helemaal zelf” want de Amerikaanse Grand Prix lijkt nu op een Europese race die toevallig op Amerikaans grondgebied wordt gereden. De baan in Austin is een permanent circuit, ontworpen door de onvermijdelijke Hermann Tilke. Heel origineel is hij niet geweest want het circuit bestaat voornamelijk uit een serie kopieën van bochten van circuits overal ter wereld. Ik wordt er niet warm of koud van. Alleen de aanloop naar de eerste bocht, die is best mooi omdat deze steil omhoog loopt. En dan zijn er nog de Esses, een combinatie van 6 of 7 bochten die als de 1e bocht verkeerd wordt genomen allemaal fout gaan. Je kunt er niet inhalen maar als je er niet goed uitkomt wordt je om de oren gereden. Dat hadden we al een tijdje niet meer gezien op nieuwe circuits… Of dit een succes gaat worden weet ik nog zo net niet. De financiering moet uiteraard wel gewoon met Amerikaanse dollars worden uitgevoerd en er moet vanwege de exorbitante prijs om een Grand Prix te mogen organiseren veel subsidie bij van de staat Texas. Datzelfde Texas heeft al veel moeten investeren in de bouw van het circuit en vorig jaar heeft de staat al aangekondigd haar bijdrage met 6 miljoen dollar lager te verlagen, wat de organisatie meteen met een gat in de begroting opzadelt…. Dus de Grand Prix is nu nog in Austin maar of dat nog lang zo blijft? Liberty heeft al aangegeven meer races in de Verenigde Staten te willen, op stratencircuits. Long Beach is al gepolst maar die stad heeft niet toegehapt en blijft bij Indycar… En verder zal er geen Amerikaan wakker liggen als de Amerikaanse Grand Prix opnieuw zou verdwijnen van de kalender. Met 38 NASCAR Cup races, 18 Indycarraces en 10 IMSA sportscar races, met daaronder vele klassieke races, is er op het Noordamerikaanse continent genoeg autosport van hoge kwaliteit te zien….

Terug naar circuits