De laatste Garagiste

Williams stopt ermee. Dat is niet voor de eerste keer maar dit keer is het definitief. Het vertrek van de familie Williams tekent het onomkeerbare einde van een tijdperk wat eigenlijk al lang geleden afgesloten is. De laatste Garagiste heeft het pand verlaten.

Want een Garagiste, de spotnaam die Enzo Ferrari gaf aan de Britse teams die in hun schuurtjes hun Formule 1 wagentjes in elkaar knutselden, dat was Frank Williams zeker. Het team wat zijn naam droeg was de laatste van een hele serie equipes die alles zelf deden, zonder puissant rijke eigenaren, zonder technische fabriekssteun, zonder investeringsmaatschappij en zonder allianties met andere teams.

In zekere zin kan je stellen dat het Williams team niet met z’n tijd is meegegaan. Dat het zich eerder had moeten laten uitkopen toen het de kans had. BMW had in 2005 belangstelling, de familie Stroll had de centen, maar ja, dan was het Williams team niet meer Williams geweest.

Aan de andere kant, wat was er nog Williams aan Williams de laatste jaren? De teambazin heette zo maar de resultaten waren niet des Williams en de coureurs, op Russell na, waren dat ook niet.

Het ging met Williams definitief mis toen het zich niet liet overnemen door BMW. De heren uit Beieren gingen vervolgens in zee met Sauber en lieten daar tenminste wel de teamnaam in leven. Wellicht hadden ze dat ook met Williams gedaan, en mogelijk had dat het Williams team ook een duw in de juiste richting naar de moderne tijd gegeven en had het team wellicht nu een gezonde basis gehad. Maar nogmaals, het was dan wel minder Williams geweest.

De geschiedenis van Williams doet denken aan een jongensdroom, doorspekt met kwajongensstreken, list en bedrog en gebedel om geld. Williams begon in 1966 met het inzetten van Brabhams in de F2. Dat ging zo goed dat hij in 1969 besloot met zijn goede vriend Piers Courage de Formule 1 in te gaan.

Het originele Williams team had gezien de geringe middelen best veel succes met tweede plaatsen in Monaco en Watkins Glen en daarmee ging Frank in zee met Alejandro de Tomaso om in 1970 de wagens in te zetten met de naam van de Argentijnse zakenman. En daarmee kwam er een abrupt einde aan het succes, met als dieptepunt de dood van Courage op Zandvoort. Frank was kapot van het verlies van zijn coureur maar vooral van een boezemvriend. Waarschijnlijk komt het door deze gebeurtenis dat Williams altijd wat afstandelijk is gebleven tegen zijn coureurs.

De familie Williams verlaat de Formule 1. De laatste garagiste is weg...
Courage, boezemvriend van Frank Williams

Na het echec met De Tomaso begon Frank opnieuw, met zijn eigen wagens die hij ISO-Marlboro noemde naar de geldschieter. Het werden jaren waarin de wagens gevuld werden met jonge talenten, no-hopers met veel geld of uitgerangeerde toppers. En een enkele keer werd het podium gehaald, met Jacques Laffite op de Ring in 1975.

Wat er nu gebeurd is heeft Frank al een keertje meegemaakt. In 1976 kwam Walter Wolf de Formule 1 binnen stampen met veel vertoon en vooral veel geld. Hij nam een groot aandeel in het team van Frank die hij vervolgens in een bijrol zette. Toen Frank tot overmaat van ramp ook nog Arturo Merzario moest aannemen van Wolf, terwijl hij een jaar eerder de Italiaan met veel ruzie de deur had gewezen, was de maat voor hem vol. Hij vertrok bij zijn eigen team en besloot helemaal opnieuw te beginnen. Samen met Patrick Head, die ook bij Wolf in ongenade was gevallen, besloot hij weer een nieuw team op te richten: Williams Grand Prix Engineering.

Neve met de hopeloze March, maar de toekomst staat al op de achtervleugel

Ze startten op pay-to-play basis met de Belg Patrick Neve en een March 771. Een succes werd het niet. Neve was langzaam en de March bleek na onderzoek een chassis te hebben dat al drie jaar oud was. Maar juist deze March bleek de sleutel tot succes te zijn voor Williams. Frank kende een aantal Saoedische prinsen die studeerden in Londen. En daarmee kende hij ook hun rijke vaders en hun bedrijven. Hij schraapte de laatste ponden en penny’s bij elkaar, liet de hopeloze March in de kleuren van Albilad, Saudia, TAG en Bin Laden (ja, familie van) stickeren en zette de wagen voor het hotel waar de Arabieren verbleven. En de rest was historie.

Voor 1978 werd Alan Jones aangetrokken om het vliegende tapijt te besturen. En met de komst van de Australiër werd de laatste bouwsteen binnengehaald voor het fundament van een toekomstige grootmacht in de Formule 1. Jones was een no-nonsense figuur die precies dezelfde energie had en dezelfde taal sprak als Head en Williams. Zat nooit te zeuren over de wagen, reed gewoon zo hard mogelijk of de wagen nou goed of slecht was. Wel gaf hij Head de zenuwen met vragen als “ben je er zeker van dat de wielen er ditmaal wel aan blijven zitten?” of “gaan we ook naar rechts als ik het stuur naar rechts draai?”.

Jones, no-nonsense figuur die precies in het plaatje van Williams paste

In 1979 begon Williams te oogsten. Met het geld van de Arabieren werd de Williams FW07 gebouwd, de verbeterde versie van de Lotus 79. Regazzoni had de eer de eerste overwinning voor Williams binnen te halen nadat Jones was uitgevallen. Williams en Head waren blij maar Head bromde wel: “dit had Alans dag moeten zijn”. Prompt haalde Jones dat jaar nog 4 overwinningen maar miste de wereldtitel.

Het was de opmaat naar een grootse toekomst. In 1980 won Jones de titel en Williams was de beste constructeur. In 1981 echter was er mot tussen Jones en Reutemann. Reutemann negeerde stalorders in Rio en won voor Jones waarmee Jones besloot dat de Argentijn in elk geval geen wereldkampioen mocht worden. Gevolg was dat de titel verloren ging aan Piquet en dat Williams het moest doen met alleen de constructeurstitel. Het deed Williams ook besluiten om nooit meer teamorders te geven. De coureurs moesten het maar onderling uitvechten.

de gewraakte stalorder

De volgende jaren won Williams diverse titels, met Rosberg, Piquet, Mansell, Hill en Jacques Villeneuve. Na 1997 is e echter geen titel meer gewonnen ook al kwam Montoya in 2003 nog dichtbij. Toen lag er een BMW motor achterin en de Duitse motorleverancier had er wel oren naar om het Wiliams team op te volgen. Maar Frank had er geen oren naar. Veel eerder, in 1987, had hij al de adviezen van motorleverancier Honda op het gebied van coureursbeleid, afgewezen. Dat kostte ‘m de Honda motoren met een jaar zonder overwinningen als gevolg.

Montoya was de laatste kanshebber

Nu kostte ‘t ‘m ook de motoren maar ook de toekomst. Want de tijd dat je als team een motorleverancier kon kiezen was voorbij. Vanaf nu was je of fabrieksteam, of je was klantenteam met per definitie B-materiaal. Tenzij je er bakken geld tegenaan smeet zoals Red Bull die quasi fabrieksteam werd van Renault. Maar die bakken geld had Williams niet.

En zo kon het gebeuren dat de betaaltijden bij Williams weer aanbraken. Pastor Maldonado werd met veel plezier welkom geheten maar zijn Venezolaanse oliedollars met nog meer plezier. Gek genoeg leverde het ook nog een overwinning op en niet eens een gestolen overwinning of een gelukje. Fernando Alonso werd fair-‘n-square verslagen tijdens de Spaanse Grand Prix van 2012. Het bleek de laatste stuiptrekking.

Maldonado, laatste winst

In 2013 droeg Frank de dagelijkse leiding over aan dochter Claire, in 2015 ging Patrick Head met pensioen. Maldonado had zijn oliedollars naar Lotus meegenomen en Williams deed nog een laatste poging om terug te komen. Met Bottas en Massa werden best aardige resultaten behaald maar er was nog een andere wetmatigheid opgedoken: mooie resultaten betekenen niet per definitie meer budget. Meer budget kan wel, maar dan wil de geldschieter ook meer inspraak. En dat wilde Williams weer niet.

Daarmee ging Williams over tot een extreme versie van pay-to-play: moest Neve in 1977 nog een paar ton meenemen, in 2017 betaalde Lawrence Stroll ruim 20 miljoen voor speelgoed voor zijn zoon Lance. En toen Stroll niet tevreden was met de kwaliteit nam hij de miljoenen gewoon mee naar Force India.

Lance neemt z’n speelgoed in ontvangst

En dat was in feite de laatste nagel aan de doodskist van Williams. Met het aantrekken van talent Russell en het Poolse geld van Robert Kubica kon het schip niet meer recht getrokken worden. En ook de inbreng van Nicolas Latifi, een soort Stroll 2.0, bracht niet genoeg geld in het laatje.

De zaak is nu verkocht aan een Amerikaanse investeringsmaatschappij. Er zijn een paar mensen aangesteld die wel wat affiniteit met de racerij hebben maar investeringsmaatschappijen zijn er alleen maar om zaken op te kopen om ze daarna voor meer geld weer te verpatsen.

Dus of het team blijft voortbestaan? Ik weet het niet. En als het verpatst wordt, dan vrees ik dat de naam Williams definitief zal verdwijnen. Of we daar rouwig om moeten zijn? Uit historisch oogpunt wel ja, een historische naam verdwijnt en de garagistes zijn nu definitief verdwenen.

Maar ja, de toekomst behoort nu toe aan de fabrieksteams, de teams met rijkaards die speelgoed voor hun zonen zoeken of lieden die vooral dollartekens in hun ogen hebben. Een naam als Williams had daar toch niet meer bij gehoord, dus laten we er niet al te verdrietig om zijn….

Maar het kan natuurlijk ook zijn dat Frank zich nog voor de 4e keer gaat (her)uitvinden….

Dit bericht heeft 1 commentaar

  1. TuxerP

    Tsja, jammer dat dit niet meer kan. Een f1 team beginnen vanuit je schuurtje. Nu kon je in de tijd van Williams, volgens mij, ook niet een F1 team starten als je een baantje als postbode had, maar moest je toch wel een paar centen op de bank hebben staan. Alleen nu moet je wel exorbitant veel doekoes hebben om een F1 team te beginnen en succesvol te zijn. En om succesvol te zijn moet je wel wat eigenwijs zijn. Dat was Williams wel, denk ik zomaar 🙂

Reageren is niet mogelijk.